Binnenkort op Mooimuziek

» Verboden Muziek
» De Hemelse X Factor van Rebecca Ferguson

gepubliceerd op zaterdag 16 januari 2010

David Bowie, Wild is the Wind

In 1976 bracht David Bowie een van de beste lp's uit zijn carrière uit. "Station to Station" was het negende album in een reeks die de richting van de popmuziek in de jaren zeventig voor een belangrijk deel bepaald heeft en waarvan de invloed ook in de hedendaagse pop nog voelbaar is. Bovendien staat op deze klassieker een van de mooiste covers uit de popgeschiedenis.

Station to Station, jaar: 1976 Station to Station, jaar: 1976
De drijvende gitaar van Carlos Alomar aan het begin van de titelsong zorgde voor een ware sensatie. Tijdens de Serious Moonlight Tour in 1983 beleefde ik in de Rotterdamse Kuip met eigen ogen en oren hoe Alomar als een ware magiër het geluid van een ouderwetse stoomlocomotief op vaart uit zijn gitaar toverde. Het hele stadion ging aan boord en werd door Bowie en de band meegenomen op reis door zijn gehele oeuvre.

"Station to Station" is een klasse apart en bevat, samen met "Low" wellicht het beste werk uit zijn carrière:
  1. "Station to Station", "The return of the Thin White Duke / Throwing Darts / In lovers' eyes", tijdloos mooi,
  2. Het prachtige haunting "Golden Years",
  3. "Word On A Wing" met zijn typische desolate begin en einde,
  4. "TVC15" dat begint als een bijna saloon-achtig dansnummer,
  5. "Stay" met zijn opzwepend begin en een uitstekende gitaarsolo; wellicht is "Stay" niet een typisch Bowie-nummer, maar het is wel een rock-nummer bij uitstek... zo worden ze niet veel meer gemaakt!
  6. En dan "Wild Is The Wind". De eerste keer dat ik het hoorde werd ik er meteen verliefd op. Om de een of andere reden vond ik dit wel een typisch Bowie-nummer. En laat uitgerekend dit nummer nu een cover zijn.
"Wild Is The Wind" is namelijk geschreven door Dimitri Tiomkin en Ned Washington, die het schreven voor Johny Mathis. Mathis nam het nummer op voor de film "Wild is the Wind" uit 1957. Echt bekend werd het in de uitvoering van Nina Simone.

De tekst is prachtig en poëtisch:
You touch me
I hear the sound of mandolins
You kiss me
With your kiss my life begins
You're spring to me
All things to me
Don't you know you're life itself
Lees het nog een keer. Luister daarna naar Johny Mathis, Nina Simone en David Bowie.

Deze video stamt uit 1981. Dat jaar werd een bewerkte versie uitgebracht door RCA ter promotie van het verzamelalbum ChangesTwoBowie. Regisseur was David Mallet, die de video opnam in grijstinten. Een prachtrig voorbeeld van less is more.


1976 Was sowieso een muzikaal top jaar. Bekijk de volgende indrukwekkende lijst eens, stuk voor stuk klassiekers en allemaal uit 1976:
  • Boz Scaggs, Silk Degrees
  • Boston, Boston ("More Than A Feeling")
  • Queen, Day At The Races ("Tie Your Mother Down")
  • Ambrosia, Somewhere I've Never Traveled
  • Steve Miller Band, Fly Like an Eagle
  • The Alan Parsons Project, Tales of Mystery and Imagination
  • Eagles, Hotel California
  • Ramones, Ramones
  • Andrew Gold, What's Wrong With This Picture?
  • Tom Jans, Dark Blonde
  • Steely Dan, The Royal Scam
  • Stevie Wonder, Songs In The Key Of Life
  • Joe Cocker, Stingray
  • Joni Mitchell, Hejira
  • Marvin Gaye, I Want You
  • Al Stewart, Year of the Cat
  • Jeff Beck, Wired
  • Chicago, X
  • Les Dudek, Les Dudek (met Jeff Porcaro, David Paich, Tom Scott, Boz Scaggs, David Hungate, David Foster)
  • Bob Dylan, Desire
  • Abba, The Arrival
  • Peter Frampton, Frampton Comes Alive
  • Lou Reed, Coney Island Baby
  • Blondie, Blondie



Lees verder/Read more
»

gepubliceerd op vrijdag 8 augustus 2008

Lekkere orgeltjes

Lekkere orgeltjes kennen we sinds het ontstaan van de gospelmuziek. Aretha Franklin, Whitney Houston, Al Green, Anita Baker, allemaal hebben ze geweldige gospelsongs gezongen met heerlijk sexy orgeltjes. Denk echter niet dat het gebruik van sexy orgeltjes voorbehouden is aan zwarte gospelmuziek, of zelfs maar aan gospelmuziek per se.

Ik noem vijf nummers, in willekeurige volgorde, waarin een lekker orgeltje de hoofdrol opeist:
  • Kenny Loggins - If You Believe (Leap of Faith, 1991)
  • Michael McDonald - For Once In My Life (Soul Speak, 2008)
  • Steve Winwood - Why Can't We Live Together (About Time, 2003)
  • Les Dudek - Cruisin' Groove (Les Dudek, 1976)
Het vijfde nummer bevat het allerlekkerste orgeltje aller tijden: Boz Scaggs - Runnin' Blue (Greatest Hits Live, 2004). Bovendien hoor je een gevaarlijk lekkere sax, bijzonder lekkere piano en een intimiderend lekkere trompet.

Kippenvelmuziek!!



Lees verder/Read more
»

gepubliceerd op zaterdag 24 januari 2009

De traagheid van een duiker

Hoes van Arc of a Diver van Steve Winwood Hoes van "Arc of a Diver" van Steve Winwood, uit 1981
Van verschillende kanten hoor ik dat Mooimuziek traag is met laden. Een van de oorzaken daarvan is de grootte van de plaatjes op de pagina's. Ik ben bezig om dat te verhelpen en binnenkort zou de site een stukje vlotter moeten zijn. Nog even geduld alsjeblieft.

Ik neem je vandaag mee terug naar 1981. Ik was 20 en was bepaald niet zo music-savvy als ik nu ben. Het was de tijd waarin ik muzikaal werd opgevoed door een goede vriend van me. Hij was het die me de liefde doorgaf voor Lisa dal Bello, die me wees op de muzikanten die later in Toto speelden, die mijn oren opende voor Rock en Americana. Op zijn kamer hoorde ik voor het eerst Boz Scaggs, The Tubes, Warren Zevon, Johnny Cougar, The Babys, Crackin', Les Dudek, Hall & Oates, Michael McDonald, Don Henley, Bruce Springsteen, Steve Winwood... Je begrijpt, het waren mooie tijden met bijna elke week een nieuwe muzikale ontdekking. En ik dronk het op als ware het de zoetste nectar op deze aarde.

In dat jaar kwam de plaat "Arc Of A Diver" uit van Steve Winwood. Het zal in een weekeinde geweest zijn, ergens rond kwart over vijf dat Steven de LP opzette. Ik vond het meteen prachtig, dit album waarop meester keyboard speler Winwood voor het eerst alle instrumenten zelf speelt. Hoogtepunt is nog altijd het nummer "While You See a Chance". Zo begon ook de kennismaking met het album.

In die tijd woonde ik nog bij m'n ouders. Die dag had ik met ze afgesproken zes uur 's avonds thuis te zijn voor het eten. Maar ja, wonderlijke nieuwe muziek, pilsje erbij, goeie vriend... Op het moment dat ik door had dat ik er vandoor moest begon net het een na laatste nummer, "Night Train". 'Ach, nog twee nummers...', dacht ik, niet wetende dat die laatste twee nummers samen bijna een kwartier duren. "Night Train" is een briljant nummer, met het tempo van een voortrazende locomotief, dat bijna 8 minuten duurt. Aan het einde daarvan zat ik al op hete kolen. Toen begon "Dust". Ik heb niet goed naar de tekst geluisterd, die eerste keer. Had ik dat wel gedaan, dan had ik gehoord dat het ging over tijd.

Time they call the universal healer but you're back every three days
Settling all around me
A feather duster's no substitute for the real thing
And the dust you left behind is settling still


Uit "Dust" van Steve Winwood

Gewoonlijk deed ik ongeveer twintig minuten over de afstand van Steven's ouderlijk huis naar het mijne. Die avond is het me gelukt in tien.
Dat is onderhand bijna dertig jaar geleden. Gelukkig heb ik ook dat album nog altijd. En gelukkig is en blijft het een uitstekend album. Ik ga er zo nog eens naar luisteren. Op m'n gemak.



Lees verder/Read more
»